Essay Kind en Seksualiteit
“Als twee mensen elkaar aardig vinden, dan vinden ze het leuk om heel dicht bij elkaar te zijn. En soms vinden ze elkaar zo lief, dat ze wel in elkaar willen kruipen. Dan kan het zijn dat de man zijn piemel in het spleetje van de vrouw stopt. [...] Het klinkt nu best eng. Maar als je wat groter bent, verander je zelf ook. Dan ga je het wel fijn vinden, tenminste als je het echt zelf wilt. Maar dat duurt nog wel even.” (Vriens, 1998, p. 25).
Voorwoord en inleiding
Mijn school is een
openbare school in een wijk met veel diversiteit in afkomst en op
sociaal-economisch vlak. Het is dus een gemende wijk en dat zie je terug in populatie
van de school. Veruit de meeste kinderen van mijn school zijn in Nederland
geboren, maar hebben wortels die buiten Europa liggen. Veel kinderen groeien op
met de islam of op zijn minst een islamitische cultuur. Dat heeft grote invloed
op de leefwereld van de kinderen en ook op de school. Sommige islamitische
ouders verwachten dat we meer doen aan hun normen en waarden, andere (niet-religieuze)
ouders vragen zich juist af waarom we aandacht besteden aan bijvoorbeeld het
suikerfeest. Ondertussen stellen wij als onderwijspersoneel de vraag hoe we
onze openbare identiteit behouden, zonder de verbinding met deze ouders te
verliezen.
De aanleiding voor dit essay is een best heftige
ervaring die ik heb gehad met een aantal -islamitische- ouders van leerlingen uit
mijn klas. Zij hadden een sterke mening over een verhaal dat ik had voorgelezen
uit het boek Meester Jaap gaat nooit verloren van Jacques Vriens. Het
citaat hierboven staat in het verhaal Meester Jaap licht voor. Daarna
leken ze het vertrouwen in me op te hebben gezegd. Dat had flinke invloed op
hoe ik me voelde voor de klas.
Ook onder mijn collega’s verschillen de
opvattingen over wat we kinderen bijbrengen over dit onderwerp, hoe we dat
doen, wie dat moet doen, en vooral: wanneer. Wanneer zijn kinderen er klaar
voor? En als je dat dan allemaal al weet, hoe ga je dan om met ouders van je
leerlingen die een sterke (religieuze) overtuiging hebben over seksualiteit en
diversiteit, die haaks staat op hoe je het als school wil benaderen? En dat
allemaal in een context waarbij kinderen op jonge leeftijd zelfstandig surfen
op internet en sociale media, waar zij meer seksueel getinte content zien dan
wij volwassenen ons beseffen (Bron et al., 2015; Van der Doef, 2021; Ohlrichs
& Vlugt, 2013) .
In dit essay wil ik onderzoeken hoe je als
school kan bijdragen aan een gezonde seksuele opvoeding in het algemeen, en met
een islamitische context in het bijzonder.
Brede visie op seksualiteit
Veel ouders vinden het erg ongemakkelijk om
met hun kinderen over seksualiteit te praten, in sommige gezinnen is het zelfs
taboe. Veel ouders zeggen hun kind nog te klein te vinden, of ze denken dat hun
kind het niet zal begrijpen of niet geïnteresseerd zal zijn, of ze zijn juist bang
om de kat op het spek te binden (Koops, Levering & Winter, 2014). Ze vrezen
dat hun kind geïnspireerd raakt door de nieuwe informatie en dan zelfstandig in
de praktijk op onderzoek uitgaan. Hun kind als seksueel wezen, veel ouders voelen
daar vanalles bij.
Maar kinderen zíjn seksuele wezens. Vanaf de
geboorte, en zelfs al daarvoor al, ontwikkelen kinderen zich op seksueel vlak
(Lunsen & Laan, 2017). Zij ervaren seksualiteit echter heel anders dan
volwassenen. Kinderseksualiteit is niet te vergelijken met volwassen
seksualiteit. Om te kunnen begrijpen wat seksualiteit voor kinderen betekent,
moeten we een brede visie op seksualiteit hanteren. Een smalle visie op
seksualiteit is dat hier enkel fysieke aspecten onder vallen, zoals opwinding,
penetratie en orgasme. Een brede visie op seksualiteit omvat een hoop meer, van
genderidentiteit en lichamelijke sensitiviteit tot relationele ontwikkeling (Van
der Doef, 2021). De smalle visie op seksualiteit is niet geschikt voor kinderen.
Vraag willekeurige mensen wat zij als eerste
associëren met seks, dan zou dat zomaar eens: vrijen, geslachtsgemeenschap,
voortplanting, orgasmes kunnen zijn. Dat zijn ook geen zaken waar kinderen zich
mee bezig houden, en het is begrijpelijk dat volwassenen kinderen daarvoor
willen beschermen. Om de seksuele ontwikkeling bij kinderen te begrijpen,
moeten we een brede visie op seksualiteit hanteren. Seksualiteit omvat veel
meer dan penetreren en orgasmes, welke enkel onderdelen zijn van volwassen
seksualiteit. Het gaat ook over naar elkaars lijf kijken, blote huid aanraken,
naar je eigen en elkaars geslachtsdelen kijken, je eigen en elkaars
geslachtsdelen aanraken (kinderen onderling), spelletjes spelen zoals
doktertje, of kusjes geven, ontdekken of je op jongens of meisjes valt of
allebei, ontdekken hoe je eigen lijf werkt. Dit alles kan een fijn en spannend
gevoel in je buik geven en valt onder de brede visie op seksualiteit (Van der Doef,
2021).
In mijn onderwijspraktijk heb ik gemerkt dat
islamitische ouders hier absoluut niks van willen weten. Enkele ouders lieten
me weten het vreselijk te vinden dat de leerkracht van hun kind (ik dus) op een
open manier over seksualiteit praat met de leerlingen. Zij willen dat zelf doen.
Alleen... dat doen ze niet (Ohlrichs & Vlugt, 2013). Als we negeren dat
kinderen zich seksueel ontwikkelen, laten we kinderen dus aan hun lot over. Uit
meerdere onderzoeken blijkt dat kinderen die geen seksuele voorlichting hebben
gehad, meer kans hebben op tienerzwangerschappen, soa's en slachtoffer of juist
dader worden van seksueel overschrijdend gedrag (Koops, Levering & Winter,
2014; Lunsen & Laan, 2017; Van der Doef, 2021)
Seksualiteit bij kinderen gaat met name over
het leren kennen van het eigen lichaam en de gevoelens die daarbij horen. Als
ze ouder worden, komt daar een relationeel aspect bij: andermans lijf
ontdekken, verliefd worden en op den duur ontstaat er gevoel voor lichamelijke
aantrekkingskracht (Doef, 2021). Seksualiteit is iets heel normaals, wat
onlosmakelijk is verbonden aan opgroeien en volwassen worden (Lunsen &
Laan, 2017). Tegelijkertijd hebben kinderen seksuele vorming nodig om hun
grenzen aan te geven, of om achteraf aan de bel te trekken, als er sprake is
van aanranding of seksueel misbruik (Koops, Levering & Winter, 2014).
Seksualiteit bij kinderen is in de brede visie
dus iets volkomen natuurlijks, elk kind is een seksueel wezen. Uit Nederlands
onderzoek blijkt dat kinderen al vanaf babyleeftijd ontdekken dat ze een
speciaal gevoel krijgen van het aanraken van hun geslachtsdeel. Ook kunnen
kinderen al heel jong verliefd worden, wat qua gevoel niet onderdoet voor een
volwassen verliefdheid. Maar ook bij deze twee voorbeelden geldt, kinderen
ervaren deze seksuele gevoelens heel anders dan volwassenen. Kinderen ervaren
een prettig gevoel, zonder seksueel opgewonden te raken. Kinderen worden
verliefd zonder fysieke aanraking van diegene te verlangen, maar eerder een
behoefte hebben om vaker met diegene te spelen en speelgoed of snoepjes te
delen (Doef, 2021).
Seksuele en relationele voorlichting op een diverse basisschool
Seksuele gevoelens bij kinderen bestaan. Het
verschilt echter hoe zij daar uiting aan kunnen geven door waarden van de
familie, de maatschappij en cultuur (Doef, 2016). Voor voorlichters, zoals
leerkrachten op een basisschool, is het lastig om kinderen goede voorlichting
te geven op seksueel en relationeel vlak. Seksuele vorming is namelijk nooit
waardevrij en raken aan persoonlijke opvattingen, denkbeelden, waarden en normen
(Ohlrichs & Vlugt, 2013). Ook onder gelovigen van dezelfde religie, of
onder mensen van dezelfde cultuur verschillen de opvatting sterk. Een gesprek
over seksualiteit en relaties is dus een zeer persoonlijk gesprek.
Kinderen hebben recht op seksuele en
relationele voorlichting, dit is vastgelegd in artikel 17 van het
Kinderrechtenverdrag (Kinderrechten, z.d.). De Verenigde Naties hebben in 1989
besloten dat kinderen hebben recht op informatie die voor hen begrijpelijk is,
waarmee het welzijn en psychische en lichamelijke gezondheid worden bevorderd (Wettenbank
Overheid, 2002). Omdat de positie van LHBTI-kinderen nog steeds kwetsbaar is en
de seksuele weerbaarheid en gezondheid voor kinderen in het algemeen van groot
belang zijn, heeft de Nederlandse overheid de kerndoelen uit 2012 voor zowel
het primair als voortgezet onderwijs aangescherpt (SLO, 2015). Het
aangescherpte kerndoel luidt als volgt: “De leerlingen leren hoofdzaken over
geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een
belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en
met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” (SLO,
2015, p. 39).
Een leerkracht die het onderwerp seksualiteit met
kinderen bespreekt, bevindt zich in een precaire situatie met tegengestelde
belangen. Vanuit de overheid en de VN heeft elk kind recht op goede informatie
over dit onderwerp: in het persoonlijke belang van het kind om zichzelf te
vormen, maar ook om de veiligheid van LHBTQI-kinderen te verbeteren. Dan zijn
er nog de persoonlijke overtuigingen van de leerkracht die deze voorlichting
kleuren, en er zijn de overtuigingen uit de directe omgeving van het kind die maken
tot in hoeverre een kind openstaat voor deze informatie, en of de ouders het
eens zijn met dat deze informatie wordt aangeboden (Ohlrichs & Vlugt,
2013).
Islamitische kinderen
Voor moslimkinderen die in Nederland zijn
geboren is het lastig om een eenduidige visie te ontwikkelen op seksualiteit.
Vanuit hun familie krijgen zij traditionele en religieuze opvattingen mee die
niet goed rijmen met de liberale uitingen in het westerse Nederland. Dat kan
leiden tot interne conflicten en familieproblemen. Onderwerpen als
maagdelijkheid, homoseksualiteit, abortus en het überhaupt praten over
seksualiteit zijn voor de meeste moslims gevoelig en kunnen heftige reacties
oproepen. Veel moslims uit het westen van Turkije hebben minder sterke
traditionele opvattingen over bovenstaande onderwerpen dan Marokkaanse moslims
(Ohlrichs & Vlugt, 2013).
Masturbatie wordt afgekeurd, maar wordt toch
verkozen boven seks voor of buiten het huwelijk. Moslims die masturberen hebben
vaak last van schuldgevoelens. Homoseksualiteit wordt door moslims beschouwd
als haram (zondig) (Ohlrichs & Vlugt, 2013).
Seksuele en relationele voorlichting geven aan
kinderen met een islamitische achtergrond is ingewikkeld, doordat de
Nederlandse liberale boodschap tegenstrijdig is met de impliciet conservatieve
boodschap die zij vanuit thuis meekrijgen. Impliciet, want meestal wordt er thuis
helemaal niet gepraat over seksualiteit. Veel moslims vinden dat kinderen niet
over seks mogen praten, omdat seks voor het huwelijk ook verboden is. Daarnaast
hebben veel moslimouders zelf ook last van schaamte en te weinig kennis over
het onderwerp. In veel islamitische gezinnen is er meer afstand tussen ouders
en kinderen, en zijn er duidelijke regels over wat onrein is. Ook hierdoor is
het in deze gezinnen moeilijk, zo niet een taboe, om over seksualiteit te
praten (Ohlrichs & Vlugt, 2013).
Conclusie
In meerdere religies is praten over seksualiteit
met kinderen moeilijk of zelfs een taboe (Ohlrichs & Vlugt, 2013).
Tegelijkertijd is seksuele ontwikkeling bij kinderen niet te ontkennen (Doef,
2021; Lunsen & Laan, 2017) en hebben kinderen recht op informatie om
zichzelf te vormen (Kinderrechten, z.d.; Wettenbank Overheid, 2002). Daarnaast leven kinderen in een diverse samenleving met veel kwetsbare mensen wiens
rechten beschermd moeten worden, en het laatste argument om het belang van
praten over seksualiteit te onderstrepen: zo kunnen kinderen zichzelf beter
beschermen tegen ongewenst seksueel gedrag (Koops, Levering & Winter, 2014;
Doef, 2016). Zij kunnen pas nee zeggen of bij iemand aan de bel trekken, als
zij weten dat er iets gebeurt wat niet in de haak is. En daar hebben zij
volwassenen bij nodig die met hen een eerlijk gesprek aangaan. Die
volwassene heeft, kort gezegd, een ingewikkelde taak.
Nawoord
In dit essay heb ik meer niet dan wel belicht
als het gaat om seksuele en relationele vorming. Om dit verslag niet uit de
klauwen te laten lopen, laat ik het voor nu hierbij. Ik denk dat de conclusie
vooral moet zijn dat praten over dit onderwerp van niet te onderschatten belang
is voor kinderen individueel, maar ook voor de samenleving als geheel.
Tegelijkertijd is het ook ontzettend moeilijk door zoveel sterke persoonlijke
en religieuze opvattingen, dat ik heel goed snap dat mensen uit het onderwijs
liever niet hun vingers eraan branden.
Literatuurlijst essay
Bron, J., Loenen, S., Haverkamp, M. &
Vliet, van E. (2015). Seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen.
Een leerplanvoorstel en voorbeeldlesmateriaal. SLO. Nationaal Expertise
Centrum Leerplanontwikkeling. Enschede.
Doef, van der S. (2016, 8 maart). Children and sexuality: protection
or education? [video]. TedX. https://sanderijnvanderdoef.nl/tedxede/
Doef, van der S. (2021). Kleine mensen,
grote gevoelens : de seksuele opvoeding van kinderen van 0 tot 12 jaar. Negende
druk. Amsterdam: Uitgeverij Ploegsma.
Inspectie van het Onderwijs. (2016). Omgaan
met seksualiteit en seksuele diversiteit. Een beschrijving van het
onderwijsaanbod van scholen. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap.
Kinderrechten. (z.d.). Artikel 17 – Toegang
tot informatie. https://www.kinderrechten.nl/kinderrechten-vw/artikel-17-informatie/
Koops, W., Levering, B. & Winter, de M.
(2014). Over kinderen en seks. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Lunsen, R. & Laan, E. (2017). Seks! Een
leven lang leren. Amsterdam: Prometheus.
Ohlrichs, Y. & Vlugt, van der I. (2013). Zwijgen
is zonde. Seksuele en relationele vorming aan jongeren in religieus en
cultureel diverse groepen. Rutgers WPF.
Wettenbank Overheid. (2002, 18 november). Verdrag inzake de rechten van het kind, New York, 20-11-1989. https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/2002-11-18#Verdrag_2
Reacties
Een reactie posten